woensdag 14 maart 2012

Breuken leren aan kleuters

Opzoek naar spelletjes om jonge kinderen in aanraking te brengen met delen ?
Het is belangrijk dat kleuters op spelenderwijze al in aanraking komen met begrippen als delen en breuken van hoeveelheden en getallen.
Voor kinderen kunnen optellen en aftrekken met breuken, hebben ze veel speeltijd nodig met deel- en breukspelletjes.

Dit zal ze helpen om de breuken te visualiseren en te begrijpen dat breukdelen allemaal gelijke delen zijn van een groter geheel, dit is nodig om later meer ingewikkelde concepten over breuken te begrijpen.
Het is niet nodig om de symbolen van breuken (1/2 ,1/3 …) aan te leren op deze leeftijd.
Als kinderen met breukpellen spelen krijgen zij de volgende voorsprong:
·         Ontdekken hoe je de stukken samen voegt om weer een heel te krijgen. (bijv. kinderen ontdekken dat de boogkant van een taartpunt een deel van een cirkel is aan de buitenkant)
·         Observeren dat het samenvoegen van gelijke delen (bijv. taartpunten) op een bepaalde wijze een nieuwe vorm creĆ«ert (een cirkel)
·         Onderzoeken en vergelijken van de verschillende vormen die samen een hele vorm maken
·         Onderzoeken hoeveel van elke vorm nodig is om een heel te maken.
·         Introductie tot de breuk termen( een half, een derde, een vierde..)
Start met een aantal klassikale demonstraties:
Het doel is een introductie van het begrip van even grote delen en deel termen.
Materialen:
·         Dunne papieren bordjes
·         Scharen

1.       Stel  voor dat een papieren bordje een taart is en dat je die gaat delen tussen 2 kinderen. Knip 1 groot stuk en 1 klein stuk. Vraag “is dit een eerlijke manier om de taart te delen? “ Kinderen zullen waarschijnlijk zeggen dat dit niet eerlijk is! Vraag dan “Hoe weten we dat het niet eerlijk is?” Vergelijk de 2 geknipte delen door de een op de ander te leggen.
2.       Zeg: “Deze delen zijn niet even groot, daarom is de taart niet eerlijk verdeeld. Hoe kan ik de taart eerlijk verdelen tussen 2 personen?”
3.       Stel voor om het papieren bordje door midden te vouwen en dan te knippen op de vouwlijn. Herhaal de vraag. Zeg: “de taartdelen zijn nu even groot” (leg ze op elkaar) “Dit deel is een halve taart en dit deel is een halve taart. Samen zijn deze twee taartdelen een hele taart”
4.       Laat kinderen stap 3 met hun eigen bordje proberen.
5.       De volgende keer doe je de les over het delen door 4 kinderen.
6.       Herhaal dezelfde les ook eens met echt eten, zoals bijv. boterkoek, taart, koekjes of appels. Start met “dit is een hele…., laten we hem delen in … delen van dezelfde grote. Elk deel is van dezelfde grote en samen zijn ze deel van een hele…..


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen